Volgens de legende is Sevilla gesticht door Hercules. Maar volgens historici ontwikkelde het gebied van Sevilla zich nadat het volk van Tharsis regeerde in die streek over het toenmalig door hen gestichte rijk Tartessos. De Feniciërs en Grieken onderhielden veel handelsbetrekkingen met Tartessos. Tijdens de 8e eeuw voor Christus creëerden hun nakomelingen een stad aan de oevers van de rivier Guadalquivir en noemde deze stad Ispal. Later zou deze stad Hispalis worden genoemd en het uiteindelijke ontstaan zijn van de huidige stad Sevilla. Vanaf de 3e eeuw voor Christus bezetten de Carthageners het gebied, maar ze werden verslagen door de Romeinse Scipio Africanus in 206 voor Christus. Onder de Romeinse overheersing kwam Sevilla tot grote bloei.. Dit was dan ook de rede waarom de toenmalige Romeinse keizerJulius Caesar in 45 v.Chr Sevilla de status van kolonie verleende. Een verrassend feit is echter wel dat er tegenwoordig weinig over gebleven is van deze Romeinse bloei periode.
Na deze periode vonden verschillende invasies plaats waaronder met name door de Vandalen en Visigoten. De laatsten domineerden Sevilla in de 6e en 7e eeuw. In deze eeuwen ontwikkelde Sevilla zich tot het belangrijkste culturele gebied in het Westen. Erg belangrijk in die tijd was aartsbisschop San Isodoro. Hij beschreef Etymologieën en stelde Encyclopedieën samen waarmee hij alle kennis van en over die tijd vastlegde,
In het jaar 712 begon de overheersing van de Arabieren over Sevilla, Zij noemde Sevilla Jesjaken en de Betis rivier werd omgedoopt tot Guad el Kevir. Deze twee namen zijn de oorsprong van de huidige namen van Sevilla en Guadalquivir rivier. Onder de Arabische overheersing ging Sevilla een nieuw tijdperk van pracht in. Toen de Almohades in 1147 arriveerden verplaatsen ze het centrum van de handel vanuit Cordoba naar Sevilla en maakten er hun hoofdstad van. Uit deze laatste periode van de Arabisch-Andalusische overheersing blijven een aantal nu nog zeer karakterestieke monumenten voor Sevilla over zoals de Giralda, de Gouden Toren (Torre del Oro), het paleis Alcazar en de Macarena muur (Muralla de la Macarena). De kathedraal van Sevilla met haar toren de Giralda, het paleis Alcazar en de gouden toren zijn later aangepast en gedeeltelijk herbouwd door de Christelijke koningen.
In het jaar 1248 heroverde Ferdinand III (De Heilige) Sevilla voor het Christendom op de Moslims De Moslims werden gedwongen te vertrekken, de Mudéjars en Hebreeërs bleven.in Sevilla. Sevilla werd opnieuw bevolkt met zo'n 24.000 Castillanen die zich groepeerden en vervolgens bezit namen van verschillende buurten. Dit leidde tot de oprichting van broederschappen die nog steeds bestaan tegenwoordig en tot de aanstelling van patroonheiligen voor elke broederschap.
Er werden in die tijd veel kerken gebouwd ter varvanging van de moskeeën. Ferdinand III verplaatste het hof van het Koninkrijk Castilië Hof naar het paleis Alcazar in Sevilla. Hij bleef daar tot hij stierf in 1252 en wordt beschouwd als de patroonheilige van Sevilla.
Ferdinand III's zoon, Alfonso X, zette het werk van zijn vader voort. Zijn regeerperiode werd gekenmerkt door een tolerantie met als gevolg dat de kennis van de Joodse, Arabische en Christelijke cultuur samen smolten tot een nieuwe samenleving.
Tijdens de regeerperiode van Peter I van Castilië (1350-1369) groeide de stad op een buitengewone manier. Het paleis Alcazar werd herbouwd en omgetoverd tot een prachtig Mudéjar paleis..
In 1401, begon de bouw van de gotische kathedraal die over de grote Moskee gebouwd werd. De toren van de moskee, de Giralda werd ook aangepast in de Gotische stijl. Ook bleef de oude binnenplaats met sinaasappelbomen behouden.
De integratie van Granada in 1492 betekende het einde van het heroveringsproces op de moslims en hun overheersing. In dat jaar werd Sevilla het hoofdkwartier van de Inquisitie. 1492 was ook het jaar waarin Christoffel Columbus Amerika ontdekt. Dit was ook een zeer belangrijke gebeurtenis voor Sevilla, Door deze ontdekking en de hiermee gepaard gaande handel braken de hoogtij dagen aan voor Sevilla. De Kamer van Koophandel van Sevilla werd in het leven geroepen om de handelsbetrekkingen tussen Spanje en de overzeese gebieden op te zetten. De nieuwe Amerikaanse markt en het monopolie van Sevilla op de handelsbetrekkingen met de nieuwe wereld brachten de stad veel rijkdom. Sevilla werd de rijkste stad van Spanje en de meest kosmopolitische stad in Europa. In de XVIe eeuw was Sevilla de hoofdstad van de wereld. Alle belangrijke landen handelden met Sevilla vanwege de aanvoer van specerijen, goud, zilver etc in deze stad.
In het jaar 1519 werd de Franse hertog van Bourondië, Karel V koning van Spanje. Spanje werd tijdens zijn regeringsperiode de machtigste natie in Europa, ondanks dat de constante oorlogen van het rijk een groot deel van de rijkdom die naar de haven kwamen te niet deden.
Het grondgebied van Sevilla werd aan het einde van de 15e eeuw uitgebreid, en de bevolking groeide tot 150.000 inwoners. Drie beroemde Spaanse schilders werden in die periode geboren in Sevilla, Velazquez (1599), Murillo (1617) en Valdes Leal (1622).
Als in de 17e eeuw vanwege de pest epedimie van 649 de bevolking van Sevilla halveert en en ook nog eens de rivier Guidalquivir dichtslibt (1680) daalde de welvaart van Sevilla in rap tempo. De Indiase vloot verhuisde naar Cadiz als thuishaven., al snel gevolgd door de Kamer van Koophandel. Sevilla behield echter wel zijn monopolie op het gebied van tabak en er werd in die tijd een enorme tabaksfabriek gebouwd. Tegenwoordig herbergt deze voormalige fabriek de universiteit van Sevilla.
Na de onafhankelijkheidsoorlog en een nieuwe pestepidemie in de 19e eeuw breekt er een nieuwe periode van welvaart aan voor Sevilla. Koningin Isabel II voert veel stedelijke hervormingen door in Sevilla. Met name de bouw van de brug Puente Isabel II en het instorten van de vestigingsmuur rond de oude stad (Muralla de Macarena) in 1869 openen de weg naar de ontwikkeling van veel nieuwe wegen, straten en pleinen in Sevilla.
In de 20e eeuw organiseerde Sevilla twee wereld-tentoonstellingen die het aanzien van de stad ingrijpend veranderden. In 1929 verwelkomde Sevilla de Latijns-Amerikaanse expositie, die tot doel had de Andalusische economie te versterken. Verschillende paviljoens die verschillende landen vertegenwoordigen werden gebouwd voor deze expositie en bestaan tegenwoordig nog steeds. Zij zijn allemaal gesitueerd in en rondom parque Marie Louisa. In 1992, organiseerde Sevilla nog een grote expositie: The Universal Exposition op het eiland Cartuja aanperkend aan de wijk Triana.. Vandaag aan de dag is naast het voormalige expo terrein aan de ene zijde het hoogste gebouw van Sevilla gebouwd met geintegreerd een zeer modern winkelcentrum. Aan de ander zijde is een groot pretpark verrezen, Isla Magica.
Sevilla in de 17e eeuw (Leven en het erfgoed van Miguel Manara)
Het 17e eeuwse Sevilla was een stad van contrasten. Aan de ene kant krachtig, kleurrijk, vol rijkdom en prachtige monumenten en aan de andere kant een stad die gekenmerkt wordt door armoede en ziekte. Als in 1700 Karel II van Spanje kinderloos sterft in begint de successieoorlog in Spanje t (1701-1714) Tijdens deze oorlog bezetten de Engelsen Gibraltar. Als in 1713 de vrede gesloten wordt (Vrede van Utrecht) wordt Spanje een gecentraliseerde staat met aan het hoofd het huis van Bourbon onder koning Filips V. Het hof verdwijnt uit Sevilla en de stad verliest haar belangrijke positie in het land.
Het Sevilla van Miguel Mañara
De rellen van 1642, de Zwarte Dood van 1649, de droogte van 1682 samen met de overstromingen van 1683 veroorzaken de uittocht van een grote hoeveelheid van de inwoners van Sevilla. Deze uittocht wordt nog eens versterkt door de geleidelijke verzwakking van de sociale- en economische situatie die ontstond in de 17e eeuw. Dit alles leidde in 1717 tot de verhuizing van het Casa de Contratación (arbeidsbureau) naar Cádiz. In relatie tot kunst en cultuur, verandert er niets als gevolg van de aanwezigigheid in de stad van grote kunstenaars zoals Murillo, Roldán of Valdés Leal, die o.a. werkten aan de decoratie van de Heilige Liefde Ziekenhuis, de stad blijft het culturele centrum van Andalusië. De 17e eeuw is de eeuw van pracht en praal en decadentie, de zonsopgang en zonsondergang, zoals gedefinieerd door proffessor Domínguez Ortiz. We worden geconfronteerd met een eeuw verdeeld in twee delen de hoogtijdagen en de verandering als de Zwarte Dood verschijnt (Pest epidemie van 1649) . Goud en zilver uit Indië maakten plaats voor angst voor de dood. In deze eeuw ontstonden de beste kunstwerken in de geschiedenis van de barok en een artistieke beweging die verbonden is met de contra reformatie Dit alles biedt Sevilla een artistiek erfgoed biedt uniek in Europa.
Aan de ene kant dus luxe en pracht en praal., aan de andere,kant een demografische- en sociale economische crisis die de stad in een staat van depressie brengt. Het herstel hiervan zou eeuwen duren. Dit is de 17e eeuw de eeuw van Mañara, Velázquez, Martínez Montañés, Juan de Mesa, Alonso Cano en Pedro Roldán,
De eerbiedwaardige Miguel Mañara. (Leven en dood).
Miguel Mañara werd geboren in Sevilla op 3 maart 1627 in een koopmansfamilie van Corsicaanse afkomst. Zijn vader Tomás Mañara, getrouwd met Doña Jerónima Anfriano Vicentelo, maakte zijn fortuin in de handel en verkreeg hierdoor een prestigieuze positie voor zijn familie. Miguel Mañara kreeg van jongs af aan de typische opleiding die overeenkomt met zijn status van edelman, met slechts tien jaar werd hij lid van de Orde van Calatrava. Op de leeftijd van dertien nadat zijn oudere broers gestorven waren wordt hij de enige erfgenaam van het familiekapitaal vanwege het verkijgen van het eerstgeboorterecht. Als zijn vader overlijdt in 1648 trouwt hij bij volmacht met Doña Jerónima Carrillo de Mendoza, zij neemt alle taken van zijn vader over, provinciaal lid van de Hermandad de Santa Caridad (Broederschap van de Heilige Liefdadigheid), burgemeester van Sevilla en de leiding over het familiebedrijf. In 1661, na de dood van zijn vrouw geraakt Miguel Mañara in een diepe persoonlijke crisis die hem ertoe brengt zijn levensstijl in twijfel te trekken. Tot die tijd had hij een leven geleid wat wij in de huidige tijd zouden omschrijven als het leven van een Playboy. In korte tijd begon hij een proces van ware bekering en boetedoening. Miguel Mañara begreep hoe vergankelijk aards leven was en besloot het religieuze leven te omarmen als een kluizenaar die zich terugtrok in de Sierra de Ronda in Málaga. Na enkele maanden in isolement, getemperd door de boetedoening, keerde hij terug naar Sevilla als een volledig herboren en vernieuwde man. Hij had vanwege de boetedoening een zuiver geweten en was nu klaar om Gods werk uit te voeren.
In die tijd ontdekte hij het stille en nederige werk van de Broederschap van de Heilige Liefdadigheid en sloot zich aan bij deze Broederschap.
Als Broeder van de Heilige Liefdadigheid, bewust van de ellende en moeilijkheden van de armen in de stad, begon hij nieuwe ideeën voor te stellen om de ontheemden te helpen. Hoewel zijn ideeën werden gedeeld door andere broeders konden ze niet worden bereikt door het ontbreken aan economische middelen van de broederschap. In 1663 werd hij verkozen tot president van de Broederschap, een functie die hij tot aan zijn dood zou vervullen. Hij stelde zijn hele vermogen ter beschikking van de Broederschap van de Heilige Liefdadigheid. Miguel Mañara was verantwoordelijk voor een enorme impuls met betrekking tot de werken van de Broederschap. Hij stelde een nieuw reglement op en werd hierdoor de heroprichter van de Broederschap van de Heilige Liefdadigheid. Onder zijn leiding werdden de kerk van San Jorge en het ziekenhuis van het Heilige Liefdadigheid gebouwd. In het ziekenhuis van het Heilige Liefdadigheid kregen de arme inwoners van Sevilla alle benodigde medische verzorging die zij nodig hadden.
Miguel Mañara overlijdt op 9 mei 1679 en wordt begraven in de ingang van de kerk van de Heilige Sint Jorge in Sevilla, Als je deze kerk binnen treedt loop je over zijn graftegel. In deze tegel is zijn laatste wil gegraveerd.
STADS LOGO
Het symbool van de gemeente Sevilla is NO8DO.
Je komt het logo van de stad in Sevilla op veel plaatsen tegen, op gevels van gebouwen, vlaggen en op de stoep. In feite zegt NO8DO, de 8 in het midden is een knoop wol (in het Spaans madeja) en dus zegt het 'NO MADEJA DO', dat wil zeggen; no me ha dejado. De betekenis hiervan is: 'zij/hij heeft me niet verlaten'.
Het is niet helemaal duidelijk waar deze tekst oorspronkelijk vandaan komt, Er zijn verschillende theorieën:
NO-DO werd ook gebruikt in andere religieuze Europese steden in de Middeleeuwen. Zij zijn de eerste brieven van Nomine Domine ofwel vertalen als "in de naam van God." Het 8-teken zou dan staan voor 'nodus': knoop.